Praktijk van de tederheid

Soms kom je iets tegen waar je onvermijdelijk steeds naar terugkeert. Dat heb ik met het album The Practice of Love van de Noorweegse muzikant Jenny Hval.

Het nummer Lions vertelt me waarop ik mijn focus moet richten. ‘Look at these trees! Look at this grass! Look at those clouds! Look at them now!’ De stem spreekt met een kracht die mijn aandacht meteen doet verschuiven. Of ik nou in de trein zit, aan het wandelen ben of thuis zit, ik begin om me heen te kijken. ‘Take a closer look.’ Mijn aandacht wordt intenser en gaat uit naar de bomen in mijn omgeving, naar hun bast en hoogte, hun vorm en hoe ze stilletjes bewegen.

Ze zijn stuk voor stuk uniek, hoeveel ze ogenschijnlijk ook op elkaar lijken. Iets wat ik eigenlijk al wist maar nu ook ervaar. Van elk blad bestaat slechts één exemplaar in de gehele kosmos, ieder nervenskelet is als geen ander.

Betreed ik een niemandsland, zoals de muziek suggereert? In ieder geval kom ik los van de lus aan gedachten die dagelijks door mijn hoofd draait. Ik volg Hval en schep ruimte voor tederheid. En dan gebeurt er iets heel opmerkelijks. Een warme oceaan overspoelt me, vergelijkbaar met een hevige verliefdheid, maar toch anders. Ik voel me op een directe manier verbonden met de mij omringende wereld. Mijn verlangen naar dit ‘elders’ dat Hval bezingt, is gegroeid sinds ik haar voor het eerst hoorde.

Dat zal niet alleen door de plaat van Hval komen. Enige tijd terug las ik een boek van boswachter Peter Wohlleben, ‘Het verborgen leven van bomen’. Daarin beschrijft hij hoe bomen en planten via hun wortels en schimmelnetwerken met elkaar communiceren. Het deed me anders kijken naar planten in potten. Doe ik wel recht aan ‘mijn’ planten? Die vraag is blijven rondhangen, ik durf er nog geen vaststaand antwoord op te geven. Wohlleben’s observaties blijven mijn verbeeldingskracht prikkelen, terwijl Hval me stimuleert om uit mijn zelfbeslotenheid te treden, om een rechtstreekse verbinding te ervaren met een levendige wereld.

Misschien klinkt dit alles zweverig, maar dat is het beslist niet. Integendeel, het is juist heel aards, gericht op wat ons in het hier en nu op aarde omringt. Het alledaagse wordt erdoor getransformeerd. Ik kan me herinneren dat ik jaren geleden op de tram stond te wachten. Mijn aandacht viel op een plantje dat zich tussen de tramrails bevond. Kennelijk had de wind een zaadje op die plek doen landen en dit plantje groeide daar nu, tot een zekere hoogte althans, want voorbij een bepaald punt werd het voortdurend afgekapt door een voorbijkomende tram.

Het is maar onkruid, zou je zeggen, en vanuit een bepaald perspectief is dat zo. Dat was zeker mijn eerste indruk. Toch voelde ik iets naarmate ik langer naar dit plantje keek. Was het bewondering? Het stond daar wel mooi te staan, bepaald niet op de makkelijkste plek om te groeien. Ik probeerde me voor te stellen hoe dat moest zijn, wat niet goed lukte, want hoe weet je nou hoe het is om een plant te zijn? Maar ik besefte ook voor het eerst, dat deze plant lééfde en een volkomen eigen ervaringswereld had. Mijn neiging dat besef te bagatelliseren verdween langzaam maar zeker.

Jenny Hval gaf afgelopen jaar een liefdevolle mokerslag op mijn laatste restje scepsis. ‘Listen to the wind and the rattling leaves […] I am making room for tenderness’, zingt ze. Naar deze praktijk van tederheid wil ik de rest van mijn leven blijven terugkeren.

Beluister het nummer hier:

Standaard afbeelding
Stephan Huijboom
Stephan Huijboom (hij/hem) is filosoof en opiniemaker bij Apostolisch Genootschap. Hedendaagse muziek, films en boeken over maatschappelijke ontwikkelingen houden hem vooralsnog van de straat. Hij geniet van alledaags fietsen en woont met vriendin en leenkonijn in Hoorn. Levensmotto: “Hoe we samenleven kan anders.”

Geef een reactie

Op de hoogte blijven?

Abonneer je en je ontvangt een seintje bij elk nieuw artikel.