Bedachtzame taal brengt verbinding dichterbij

Het racismedebat is de afgelopen jaren flink opgelaaid. Zo’n fundamentele discussie tijdens de huidige Vredesweek ‘beslechten’ is een onmogelijke opgave, aangezien het over wezenlijke issues gaat. Maar kunnen onze omgangsvormen niet beter? Zou het debat gebaat kunnen zijn bij een combinatie van bedachtzame taal en een focus op wat ons verbindt?

Het is een gegeven dat ik met mijn naam en uiterlijk eerder een stage, baan of woning krijg dan Nederlanders die Mohammed heten. Ik heb maatschappelijke voordelen die mij impliciet worden toegekend en die ik (wederom impliciet) aan anderen toeken.

Deze ongelijkwaardige behandeling voelt voor mij al enige tijd ongemakkelijk. Ik heb – zonder extra inspanning te leveren – zogeheten witte, mannelijke en (doorgaans) seksuele privileges ten opzichte van mensen van kleur, vrouwen en lhbtqi-mensen. Naast mijn relatief hogere baan- en woningkansen word ik nooit racistisch of seksistisch bejegend en er is geen ‘kast’ om mij en mijn geaardheid heen gebouwd, waar ik ‘uit’ moet komen.

Ik kon lang geen taal vinden voor mijn ongemak. Het begrip ‘(wit) privilege’ helpt me nu na te denken over mijn eigen voor(oor)delen en manieren van doen. Dat is in het begin best lastig. Zo werd ik in 2007 door een studiegenoot geattendeerd op het feit dat ik niet over ‘etnische mensen’ kon spreken, aangezien ik zelf óók een etniciteit heb. In eerste instantie reageerde ik wat defensief, totdat ik inzag dat ze een heel goed punt maakte.

Toen vorig jaar eindelijk meerdere soorten huidkleurige pleisters in Nederland verschenen, werd me duidelijker dan ooit hoe vreemd het eigenlijk is dat ik al sinds mijn jeugd als norm word beschouwd. (Anno 2019 bevatten veel EHBO-boxen nog altijd één soort ‘huidkleurige’ pleister.)

Het begrip ‘(wit) privilege’ snijdt dus hout. Toch kan het wóórd ‘privilege’ enige verwarring wekken, voor zover de bijklank suggereert dat ieder wit persoon een algeheel geprivilegieerd of bevoorrecht mens is. Ik sta zelf nu dertien vruchteloze jaren op de Amsterdamse wachtlijst voor een sociale huurwoning, al mijn reële privileges ten spijt.

Omdat ik het woord ‘privilege’ niet altijd even productief vind, spreek ik zelf soms liever van ‘(wit) voordeel’. Men kan maatschappelijk gezien allerlei impliciete voordelen hebben en tegelijkertijd grote expliciete nadelen ondervinden.

Vasthouden aan mijn witte voordelen zou echter ook voor mijzelf een nadeel zijn. Want de verdediging van wit eigenbelang onttrekt het algemeen belang van woningzoekenden al snel aan het oog. Minder ‘concurrentie’ op de woningmarkt is voor mij op het eerste gezicht voordelig. Maar álle woningzoekenden (waaronder ikzelf) ondervinden veel nadeel wanneer politici weinig ophebben met antidiscriminatiebeleid, terwijl ze tegelijkertijd de structurele woonproblematiek van Nederland negeren. Iedere woningzoekende heeft baat bij méér betaalbare woningen en mínder (superrijke) huisjesmelkers.

Ook zou een verdediging van mijn ‘voordeel’ de daadwerkelijk achtergestelde positie van mensen van kleur nóg verder uit beeld brengen. Er valt niets te winnen bij het (laten) uitmelken van mijn eigen witheid.

Kunnen (witte) voordelen zelfs algemene nadelen in de hand werken, in zoverre we er planetaire belangen door uit het oog verliezen? Hoewel alles en iedereen uiteindelijk gebaat is bij een leefbare aarde, heeft een identiteitsstrijd in de VS bijgedragen aan een situatie waarin het Parijse klimaatakkoord straal genegeerd wordt. De zoektocht naar oplossingen voor de maatschappelijke problemen die (witte) voordelen met zich meebrengen wordt steeds urgenter. Voor ons allemáál, welteverstaan.

Willen we in eigen land aan verbinding werken, dan kunnen we daarmee beginnen door met bedachtzame taal steeds minder in onze eigengemaakte stereotypen te geloven, in de wetenschap dat iedereen daar uiteindelijk een vreedzamere wereld voor terugkrijgt.


Dit artikel verscheen ook op NieuwWij.nl.

Standaard afbeelding
Stephan Huijboom
Stephan Huijboom (hij/hem) is filosoof en opiniemaker bij Apostolisch Genootschap. Hedendaagse muziek, films en boeken over maatschappelijke ontwikkelingen houden hem vooralsnog van de straat. Hij geniet van alledaags fietsen en woont met vriendin en leenkonijn in Hoorn. Levensmotto: “Hoe we samenleven kan anders.”

Geef een reactie

Op de hoogte blijven?

Abonneer je en je ontvangt een seintje bij elk nieuw artikel.

 

Loading