Nederland knalde als vanouds het nieuwe jaar in. Als kind deed ik daar eind jaren ’90 vrolijk aan mee. De vuurwerkfolder werd weken van tevoren aandachtig bestudeerd en meestal kochten we met de hele straat een paar pakken rotjes voor twintig piek. Daar konden we dan dagenlang mee vooruit, want destijds mocht je nog drie dagen vuurwerk afsteken.
Als kind heb ik er veel plezier aan beleefd. Ik kan me de kick van het knallen zo voor de geest halen. Toch verloor het op een gegeven moment zijn glans. Siervuurwerk was ontzettend duur en dus zonde van het geld, rotjes begonnen te vervelen, en andere zaken werden eenvoudigweg interessanter. (Videogames en vriendinnetjes vat het aardig samen.) In mijn studententijd had ik überhaupt geen cent te makken.
Bovendien trad met de jaren langzaam maar zeker ook de duistere kant van vuurwerk naar voren. Een kant waar we helaas ook deze jaarwisseling getuige van waren. Nooit eerder werd er zo veel verkocht en afgestoken. Het duurt altijd even voordat de balans kan worden opgemaakt, al werd snel duidelijk dat twee mensen om het leven zijn gekomen en dat de Vondelkerk hoogstwaarschijnlijk door toedoen van vuurwerk is afgebrand. Tientallen mensen die er naast woonden moesten hun huis die nacht verlaten. Hulpverleners werden op ongekende wijze bestookt met vuurwerk. Alles wat je de lucht in kunt schieten kan immers ook op je medemens worden gericht.
Nu alle gegevens bekend zijn weten we dat bij medische hulpposten 1239 vuurwerkslachtoffers zijn geholpen, waarvan 474 spoedhulp in ziekenhuizen kregen. Plastisch chirurgen moesten 93 patiënten met vuurwerkletsel behandelen. Meer dan de helft van alle slachtoffers is jonger dan twintig. Ik probeer het voor me te zien. Twintig bomvolle klaslokalen met dertig kinderen en jongeren, stuk voor stuk gehavend, velen voor het leven. Het doet me denken aan een slagveld, aan oorlog. Ik besef eigenlijk nu pas dat ik als kind door het oog van de naald ben gekropen.
Het vuurwerkleed van een ander raakt me, omdat ik me verbonden voel met een groter geheel en medeverantwoordelijkheid ervaar voor het welzijn daarvan. Mijn medemens en diens welbevinden horen daar uiteraard bij, net als andere levende wezens. Dat is een kwestie van levenshouding. Ik verlang naar een ‘gelukkiger nieuwjaar’ voor alles en iedereen. Dit betekent soms ook dat ik iets moet loslaten waar ik nog altijd plezier aan beleef, zoals vanuit huis kijken naar siervuurwerk in de buurt.
Zo’n gelukkiger nieuwjaar is binnen handbereik. In principe was dit de laatste jaarwisseling dat (sier)vuurwerk zo massaal kon worden afgestoken, al moeten sommige details nog worden uitgewerkt. Het tijdelijke vuurwerkverbod dat in coronatijd van kracht was deed het aantal slachtoffers met meer dan vijftig procent dalen tot het laagste niveau ooit, en er kwamen in die jaren geen mensen om het leven. Een duidelijk bewijs dat je veel kunt bereiken met een gemeenschappelijke afspraak die antwoord geeft op een elementaire vraag: Hoe willen we op een verantwoordelijke manier samenleven met anderen?
Hoe mooi vuurwerk ook mag zijn, het veroorzaakt ontegenzeggelijk zichtbare én onzichtbare schade waar we ons nou eenmaal toe hebben te verhouden als we verantwoordelijk samenleven serieus nemen. Denk aan de bodem-, water- en luchtvervuiling die er bij komt kijken. Vrijkomende gassen als zwaveldioxide en koolmonoxide zijn erg schadelijk voor onze longen en de rook bevat verder een nogal ongezond mengsel van metalen als cadmium en aluminium. Daarnaast blijven miljoenen kilo’s karton en honderdduizenden kilo’s plastic achter in de omgeving, zelfs na schoonmaakacties. Bij de productie en vervoer van vuurwerk wordt ook aardig wat CO2 uitgestoten. En wat te denken van de 129 miljoen euro die ook aan andere zaken besteed kan worden, zoals kankerbestrijding of preventie van hart- en vaatziekten? Of als we in de sfeer van vermaak blijven, dan kan het geld beter worden besteed aan 70 grote entertainmenthubs verspreid door het land waar je gratis kunt lasergamen of jezelf op andere manieren kunt vermaken.
Twee derde van de Nederlanders is inmiddels voor het aan banden leggen van (sier)vuurwerk, maar als we echt álle inwoners op dit stukje aarde meetellen komen we eerder in de buurt van 99 procent. Andere dieren zijn immers als de dood voor vuurwerk. Mensen met honden of katten thuis weten hoe snel zij van slag raken. Paarden kunnen in hun paniek gewond raken. Veel vogels zijn nog dagenlang vermoeid van het wegvluchten tijdens oud en nieuw, en kunnen zelfs overlijden aan de harde knallen. Veel dieren zijn hoe dan ook erg gevoelig voor hoge tonen en laten in alle angst soms zelfs hun kinderen achter. De eenzaamheid die een nachtje vuurwerk teweegbrengt hou je niet voor mogelijk.
Mocht je de komende tijd iemand spreken die over verlies van tradities begint, erken dan dat het jammer is voor de liefhebbers. Benoem de alternatieven, zoals professionele vuurwerkshows op gepaste locaties. Maar vraag diegene ook om zich met compassie in te leven in één van de vele slachtoffers en hun geliefden, of het nou mensen, eenden of honden zijn. Nodig iemand kortom uit om een ander soort liefhebber te worden, iemand die zich verbonden wil voelen met een groter geheel waar alles en iedereen deel van uitmaakt. Zo wordt volgend jaar een gelukkiger nieuwjaar.







